Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pen. « In de ge en ioe eeuw, zegt L. Simons(i) waren nog op een eiland, aan de Rijnmonding gelegen, reusachtig j;roote beenderen te zien, welke, naar het volksgeloof, aan koning Hungclac, waarvan wondere zaken verteld werden, zouden hebben toebehoord. In de ontdekking van zulke versteende overblijfselen ziet Kurth de verklaring van het zoozeer verbreide volksgeloof aan het vroegere reuzendom. »

Van de reuzen wordt verhaald in sproken en legenden dat zij boomen uittrekken om ze tot wandelstok te doen dienen, dat zij daarmede geheele legers verslaan, dat zij bergen opheffen en in het water rollen, dat zij bergen doen ontstaan, v. aar zij eenmaal de aarde van hunne schoeisels afkloppen en andere ongeloofbare dingen meer. De sage der vier Heemskinderen, die in den strijd tegen Karei den Groote zulke wonderheden verrichtten, en van het ros Beyaart dat, na menige heldhaftige tochten, gevangen, met verscheidene molensteenen aan den hals, zich tot tweemaal toe uit de golven van den Rijn wist te redden, is geheel Vlaanderen door bekend.

Dikwijls, nochtans, zijn die heidensche sagen, in de eerste tijden, na de bekeering der volkeren, verchristelijkt geworden. Het is reeds gezegd dat langs de Rijnlanden eene legende in omloop is volgens welke de duivel, wanneer alle menschelijke middelen te kort schoten, zou voorgesteld hebben, en daartoe oorlof bekomen, den pas begonnen dom van Aken te voltrekken, op voorwaarde dat de eerste ziel, die den tempel ging binnentreden, in zijne macht zou vallen. Van den anderen kant worden ook vele oude over-

(i) Beowulf, 73.

Sluiten