Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goudblinkenden ever Gullinburst; en voor Thor den vermaarden hamer Mjöllnir : al deze werken, voornamelijk de hamer, werden zoo kunstig bevonden dat de dwerg zijne wedding met Loki won. Het goud is van oudsher het eigendom der dwergen. Andwari was een dwerg, die in de gedaante van een snoek in het water zwom, maar die, van Loki gevangen, zijn leven moest redden met hem al het goud, dat hij onder eenen steen bewaarde, af te staan. Dit is de schat van Sigurd (Siegfried) en van de Nibelungen.

Ook in de middeleeuwen leeft deze voorstelling voort van de dwergen, die als goudsmeden in de holten der bergen werkzaam zijn, groote schatten vergaderen en somtijds goden en menschen behulpzaam zijn. Het was Alberich, die den schat in bewaring hield totdat Siegfried hem veroverde. Alberich was de koning der dwergen, de Oberon van de latere legenden. Men had zelfs de overtuiging dat de dwergen een blijgeestig leven leidden in hunne onderaardsche of onderbergsche smissen : zij zongen gedurig bij hun werk, en verlustigden elkander, onder het hameren, door allerlei grappen en toeren. De echo was niets anders dan de spraak der dwergen, alsof zij terugriepen wat op de helling der bergen weerklonk. Ook daarom hoort men veeltijds eene soort van muziek uit de bergen opstijgen. De meester dezer dwergsmeden was Wieland, die ook alvenvorst genoemd wordt. Deze, volgens de sage, zoon van eenen Finnenkoning, zag eens met zijne twee broeders drie zwanenjonkvrouwen of walkuren op het zeestrand en zij namen elk eene tot echtgenoote. Na acht jaren vlogen de walkuren met hunne zwanenhemden weder voort naar den oorlog, en kwamen niet weder. Terwijl zijne twee broeders

Sluiten