Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omdat hij door de zonnestralen met blindheid geslagen was. Dit leven in het duister hadden zij met de reuzen gemeen : deze werden door de opdagende zon in steen veranderd.

Van de schepping der andere Alven wordt geen bijzonder gewag gemaakt, maar nopens de eerste verschijning der dwergen bericht Gylfaginning het volgende : « De dwergen zijn ontstaan diep onder den aardbodem, als maden in het vleesch. Zij hadden namelijk vorm en leven ontvangen in het vleesch van Ymir en waren oorspronkelijk maden. Maar volgens den wil der goden hebben zij menschenverstand en menschelijke gestalte gekregen : toch leven zij als vroeger onder de aarde en in het gesteente. » Deze sage van den madenoorsprong der dwergen is echter betrekkelijk jong en komt in de Voluspa niet voor. Hier wordt enkel gemeld dat de goden hunne rechterstoelen gaan bekleeden en overgaan tot het scheppen der dwergen. Dan worden de namen der eerste dwergen en verder de lijst van het geheele eerste geslacht opgegeven. De zieneres duidt nog alleenlijk aan dat deze menschenvormige wezens uit Ymirs bloed en ledematen gevormd worden. Daarenboven wordt nog de plaats uit de Voluspa (9-17), waar de schepping en de namenlijst der dwergen in bevat zijn, door Gering als interpolatie beschouwd, zoodat aan de gansche sage de historische grondslag ontbreekt.

Het geloof aan alven en dwergen is nog niet heelemaal weggestorven. Wicht was een naam die vroeger, zoowel als alf, op eigenlijke alven en op dwergen toepasselijk was en een onbepaald « klein wezen » beteekende. Daarvan is ons booswicht (kwaaddoener) en wicht (klein kind) overgebleven.

De dwergen, die in de omgeving der huizen ver-

Sluiten