Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wilden ook Balder bij middel van een losgeld uit de hel vrijmaken, maar omdat niet alle wezens hem wilden beweenen — immers de reuzin Thokk, eene gedaante waaronder Loki zich verscholen hield, weigerde — moest hij in de hel blijven. Het was Hermód, Odin's zoon, die naar de hel afgevaardigd werd. Toen hij echter bij Módgud, de bewaakster der hellebrug, kwam, sprak deze : « de brug kraakt niet minder, nu dat gij alleen er over rijdt, als gisteren toen Balder met vijfhonderd gezellen haar overschreed ». Er is hier spraak van de 500 zielen van Balder's dienaars, die ter eere van den meester geslachtofferd waren. Dit brengt ook te binnen dat, buiten de Noorsche mythologie, waar van geene brug gesproken wordt, de zielen den hellestroom (hier Gjoll, de ruischende, in Griekenland de Styx), moesten overvaren. Daarom werd dan aan de dooden een vaargeld meegegeven, somtijds een schip en een bijzondere schoen, die aan hunne voeten gebonden werd, opdat zij zonder moeite de lange reis zouden kunnen bestaan.

In den Indiculus superstitionum et paganiarum, d. i. de lijst van de bijgeloovigheden door het Capitularium van Leptines (a°. 743) verboden, wordt het sacrilegium ad sepulchra mortuorum vermeld waardoor wel offers en gastmalen ter eere der zielen verstaan moeten worden,en het sacrilegium super defunctos, id est dddsisas, waaronder voorzeker tooverliederen en bezweringsformules voorgesteld zijn, zoodat in de christelijke middeleeuwen, ook in Duitschland het heidensche zielenbegrip nog niet geheel kerkelijk was.

Buiten de zielen, die volgens het volksgeloof in het woedende heir of de wilde jacht ronddrijven, is ook nog een andere vorm van het zielengeloof bij eenvoudige lieden gangbaar. De dwaallichten, die

Sluiten