Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijdroovende bezigheden aanvangen en intusschen den slapende gerust laten. Vooraleer zij onmogelijke werken voltrokken hebben, zal het dag zijn en zal de gelegenheid ontbroken hebben om den bidder te kwellen.

Sommige kruiden hebben in het volksgeloof de kracht om van de mare te bevrijden. Zoo zegt dodoens in zijn Cruydtboeck (299) : « Vyfthien oft sesthien swarte keernkens van Pioene, dat is het saet selve met wijn, meede oft ander nat ende ghemeynen dranck ghedroncken, worden seer goet bevonden tegen die swaere droomen oft overvallinghen der dompen die de herssenen pleghen te beswaeren, die men ghemeynlijck de maere oft nachtmerrie pleegh te noemen ». De marentak of misteltwijg, de woekerplant die bij de Germanen zoo heilig was (gui du chêne) en met gouden sikkels afgesneden werd, wordt als behoedmiddel tegen de veemare in de stallingen opgehangen. Elders wordt om dezelfde tooverij te verhoeden, het geraamte van eenen paardenkop aan de deur van den stal bevestigd. In Vlaanderen hangt men een steenen kruis boven den rug der dieren. Volgens het volksgeloof heeft God de maren en dergelijke schadelijke wezens op den laatsten dag der week of den zaterdag geschapen. Maar het was reeds avond en de tijd ontbrak om het werk te voltrekken. Anders zouden zij niet zoo vervaarlijk geweest zijn. Vandaar dat zij de duisternis zoeken en op den zaterdag niet te voorschijn komen. Maren en andere kwaaddoende geesten worden door tooverspreuken, door godsdienstige handelingen, soms door zeer eenvoudige middelen op andere menschen en wezens overgezet. Zoo zegt vrijheer Sloet : « Menschen, wier wenkbrauwen aaneen gegroeid zijn, staan in zeer kwaden reuk. Zij kunnen o. a. door denken alleen,

Sluiten