Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laten optreden, de tweede eene raadselachtige alvinne, de twee andere echter blijkbare spookgeesten of wederkeerende zielen. In het eerste verhaal komt een landbouwer, van Sterpenich, terug van eene reis met zijnen zoon. Dicht bij Aarlen zagen zij opeens eene groote vrouwelijke gedaante in een sneeuwwit kleed gehuH voor zich staan. Zonder een woord te spreken ging de gedaante met hen mede door Aarlen tot bij Sterpenich. Daar verdween zij. In het derde en vierde geval zijn het zielen van groote zondaressen, die, om hunne ontucht en geldzucht gekweld, angstig rondwaren, en bitter zuchten rond de plaatsen, waar zij eenmaal den teugel aan hunne driften vierden.

Grimm (i) spreekt van witte moeders of nachtvrouwen, eene soort al vinnen die op dieren gezeten, met vrouw Holda door de lucht reden.

d) Weerwolven.

Niet alleen kan de ziel na den dood weer verschijnen in een verschillend hulsel of ook vóór den dood als fylgja, maar daarenboven kan zij vóór den dood geheel haar wezen verwisselen met dit van een dier. De Walkuren namen zwanenhemden en vlogen door de lucht. Goden als Loki en Odin namen de adelaarsgestalte om zeer snel te kunnen vliegen. Weerwolven zijn eenvoudige menschen die in wolven veranderd zijn. WerwoU beteekent manvioM of tot wolf geworden man. Het middel om deze gedaanteverwisseling te bewerken is eenvoudig een lederen riem, van wolfsvel gemaakt, rond het lijf te binden; zoolang die gordel aan het lichaam blijft, duurt de wolfsgedaante. Wordt hij gelost, dan verschijnt weer

(i) Mythologie, 594.

Sluiten