Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de menschelijke vorm. Wordt de weerwolf gekwetst tot den bloede, dan verliest hij ook zijne dierlijke gedaante, en wordt weder mensch. Ook wanneer iemand weet dat een wolvenhulsel eene menschenziel bergt, is het hem voldoende den naam van den mensch te noemen om den blooten mensch te zien optreden uit het dierenverschijnsel. Met gewone wapens konden echter meestal de weerwolven niet gekwetst worden; daartoe liet men kogels of degens wijden om van hunne aanvallen verlost te zijn, want de weerwolven veroorzaken veel kwaads. De weerwolf springt op den rug der menschen om ze te verschrikken, en rijdt met hen voort. Zoo doet ook kledde in het land van Aalst of de boeman uit het land van Waas, die nochtans min boos is dan de weerwolf. Kledde vraagt soms om gedragen te worden, en doet niet het minste kwaad als men zijne bede aanhoort: het is gewoonlijk een mensch, die zich in lompen of in eene koddige vermomming steekt om anderen schrik aan te jagen. Veel gelijkenis met de weerwolven hebben de berserker (Ber-serke beren hulsel), eigenlijk menschen die eenen aanval van razernij hebben en daardoor in een toestand van groote opgewondenheid zijn : zij bijten, knarsetanden en schuimen. Ook worden zij dan als onweerstaanbare strijders tegen den vijand opgezonden. Wanneer hun naam genoemd wordt, komen zij weder tot bedaren.

Menige legende en sage gewaagt van weerwolven en berserker. In de Wolsungasaga wordt verhaald dat Signy van Sigmund eenen zoon ontving : Sinfjotli, d. i. wolf, omdat Sigmund en Sinfjotli gedurende hun verblijf in het woud dikwijls in een wolf veranderden. Bij wintergrün (66) leest men dat in oude tijden een booze weerwolf den weg van Mersch naar Aarlen gansch onveilig maakte. Om zijne slachtoffers te

Sluiten