Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De voorzeggingsgave en het vermogen der gedaanteverwisseling hebben de zwanenjonkvrouwen met nornen en walkuren gemeen : maar, terwijl deze tot de zwanengedaante afdalen, kan de zwanenjonkvrouw zich niet tot den hoogeren rang van norne of walkure verheffen, noch strijdheldin, noch lotsvrouw worden, maar zij blijft een vrouwelijke geest, '

in zwanengedaante gehuld, die de toekomst voorzeggen kan.

De walkuren schikken het lot van den strijd, gelijk de nornen het geheele leven der menschen. De schikking der walkuren heet ook geweefsel, zoowel als die der nornen. In Beów. 710 luidt het: « nu schonk de Schepper het weefsel van het wapenheil den Weders ». De zwaanridders uit de menigvuldige middeleeuwsche legenden, zooals de Elius van Bilderd1jk, hooren hier insgelijks te huis.

Tot de walkuren brengt men ook weieens de witte-wijvers of witte-vrouzven, die « in bijna ieder dorp van Limburg bekend zijn. Zij vliegen gewoonlijk rond in de boomen. In Holland wonen zij in heuvelkens,

die belters genoemd worden. Zij verblijven en vliegen veel rond de graven op de kerkhoven en bewaren eene gedurige stilte. Witte juffers, witte wijven,

belewitten, « albae nymphae » zijn geesten, die onder de gedaante van schimmen in witte kleedij, bijzonder met kerstnacht, op de gratheuvels ronddansen » (1).

Het komt ons voor dat witte-vrouwen, die schatten aanduiden of andere witte-wijven, die rond de graven verschijnen, meer met eenvoudige zielen of wederkomende geesten dan met walkuren gemeens hebben (2).

(1) j. lenaerts, De verdwijning der Alver mannekens, 137.

(2) Verg. De Germaansche Heidenleer (1901), 94.

Sluiten