Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

land op den Blocksberg, in Noorwegen op Dovrefjeld. Daar houden zij eene duivelsche kermis.

De heksen bezitten de gave der gedaanteverwisseling : zij verschijnen dikwijls als katten, honden, padden, uilen, en hier te lande veel als zwarte hennen. Vele lieden gelooven nog dat het voldoende is des nachts met eene zwarte hen onder den arm op eene kruisstraat te gaan, om aanstonds den duivel te ontmoeten. Eene oude vrouw, als toovenares bekend en gevreesd, komt op een pachthof, berokkent er alle kwaad en na haar vertrek vliegt eene zwarte hen uit de hofstede op.

Heksengeesten of duivels komen soms langs het sleutelgat of langs de deur ongemerkt binnen, en moeten langs denzelfden weg terug om uitgang te vinden. Wondere dingen verhaalt Goethe in zijn Faust van Mephistopheles of den duivel in de gedaante van eenen poedelhond. Langs venster of schouw wil hij niet buiten, alleen langs eene opening in den hoek der zaal. langs waar hij ingetreden is. Het is immers eene wet dat spoken en geesten slechts wêerkeeren, langs waar zij gekomen zijn. Zoo moeten ook de wederkeerende zielen terugkomen langs waar het lijk uitgedragen is.

De heksen, ook de toovenaars, plegen allerlei gevaarvolle of schadelijke werken: zij roepen de geesten op dóór bezwering, verwekken onweders, doen de melk op eene hoeve kappelen, trekken melk uit stokken of bezems, verbannen de menschen op eene vaste plaats, zoodat zij niet kunnen roeren, zij brengen ziekten aan de menschen, vooral aan kinders en vrouwen, ook aan het vee. Honderden legenden zijn daarover in omloop, en werden in eene macht tijdschriften van folkloristischen aard verhaald.

Heksen werden te allen tijde en overal geschuwd.

Sluiten