Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2de DEEL : Godencultus.

De natuur der goden en der verwante wezens is thans verklaard; een woord nog over den eeredienst, die aan deze bewezen werd. Hoe, door wie, en waar werd hun hulde gebracht, en hoe beantwoordden zij aan de hun gebrachte eer ? Men stortte gebeden en bracht hun offers ; priesters verzorgden hunnen dienst in tempels, waar zij hunne orakels bekend maakten.

i. Gebeden en offers.

Het ligt in de natuur dat de mensch, wanneer hij aan het bestaan van hoogere machten gelooft, met deze zoekt in onderhandeling te treden om ze hem gunstig te maken. Hij beschouwt ze als de meesters dezer aarde, die gevoelig zijn aan eerbewijzen en geschenken. Daarom spreekt hij hunnen lof uit of roept hij hunnen bijstand in, of schenkt hij hun een aandeel van de vruchten zijns arbeids. Het toezwaaien van lof aan een overmachtig wezen en het afsmeeken van hulp om reden dezer overmacht is een gebed ; het aanbieden van giften om de bede te steunen is een offer.

Gebed en offer gaan natuurlijk gepaard; het gebed spreekt uit wat de gave bedoelt, en van den anderen kant geeft de gave meer kracht aan het gebed en maakt zij het meer waardig om verhoord

Sluiten