Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Helgi, zoon van Sigmund en Borghild, verkonden. Wanneer Sigurd den draak Fafnir verslagen en van diens hartebloed geproefd had, verstond hij plotseling de spraak der vogelen. Dit bewijst dat het eene gave der goden is. Hij hoort de meezen onder elkander kwetteren, en begrijpt dat zij hem den raad geven zijnen broeder Regin van kant te brengen, omdat deze hem listen bereidt en Fafnir's schat wil ontvoeren. Hij volgt hunnen raad en de vogels banen hem verder de toekomst naar Grudrun en Brynhilde. Hier zijn de meezen weder de goden zeiven of althans beschermgeesten (fylgia's), die Sigurd ter zijde staan. Wanneer Sigurd verraderlijk gedood was, door toedoen der grimme Brynhilde, dan is het weder eene raaf die luide riep, dat Aitila eens de misdaad zou wreken : « Uw bloed zal Atli's lemmer verwen, de straf des meineeds (zal) de moordenaars treffen ». Gelijk hier de gave om de vogelentaal te begrijpen medegedeeld wordt door het eten van het draken hart, wordt zij elders toegeschreven aan het nutten van een ravenhart, van een valkentong of van slangenvleesch. (jERiNG getuigt dat het in het IJslandsch volksgeloof daartoe voldoende is eene levende raaf het hart uit te rukken, en dit onder de tong te leggen of hetzelfde te doen met de tong van eene steenvalk, alsook dat men bij de Tcheken daartoe slangenvleesch gebruikt. Het ravenhart moet altijd in de tooverkunde eene zekere kracht bezeten hebben : het wordt aangewend in de mengsels van Medea, welke het leven van Pelias moesten vernieuwen (i). Dat de spraak der vogelen als een middel gold om geheime of toekomstige dingen te openbaren, wordt bevestigd door de in Vlaanderen

(i) BILDERDIJK, De nekte der geleerden, VI, vs. 571.

Sluiten