Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en elders nog levende volksspreuk, na eene misdaad gebruikelijk : Het zal uitkomen al moesten de raven het uitbrengen (i).

Over middeleeuwsche heil- of onheilspellende eerste ontmoetingen (aneganc.widerganc) geeft J.Grimm veel bijzonderheden. Als ongunstig w erden algemeen aanzien het ontmoeten des morgens van eenen haas, eenen priester of kloosterling (de heidenen moesten in zulk geval hun werk staken of eene plichtpleging vervullen), eene vrouw met los of verwilderd haar, eenen blinden of lammen mensch, eenen bedelaar, vooral oude vrouwen. Gunstig, integendeel, scheen het ontmoeten van eenen wolf, eene duif, een SititMartensvogel of eene kraai, die van links naar rechts vlogen, van eenen bult of melaatsche en het hooren van eenen verwijderden donder. Van sommige dier talrijke voorteekens, in de middeleeuwsche letterkunde en in kerkelijke concilieverordeningen zoo dikwijls vermeld, zijn in het hedendaagsch bijgeloof hier en daar nog sporen overgebleven. Zoo geldt het ontmoeten van eenen priester des morgens vroeg bij ongodsdienstige menschen te Gent nog als een kwaadvoorspellend teeken.

(i) F.-A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, enz. (1900), n' 1635.

Sluiten