Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3ja DEEL: Schepping en einde der wereld

Het bericht over het begin en het einde der wereld wordt ons tamelijk volledig geleverd door de Gylfaginning, welke steunt op de Voluspa en andere Eddaliederen. Duitsche oorkonden daarover zijn uiterst zeldzaam. Enkel de Muspilli, een Beiersch gedicht uit de 9de eeuw, geeft eene fragmentarische dichterlijke beschrijving van het einde der wereld, waar enkele heidensche voorstellingen tusschenloopen.

i. De Schepping.

De oorspronkelijke ongeschapen wereld was een gapende afgrond (Ginnungagap) tusschen de nevelwereld (Niflhcim) en de vuurwereld (Muspelheim) gelegen. Die afgrond was eene groote ruimte, eene klove ontstaan door de scheiding van vuur en water, welke beide uit de oorstoffen door condensatie voortgekomen waren. Langs de noordzijde van dien afgrond lag het nevel- of damprijk, en in diens midden de bron Hvergelmir (ketelruischer). Uit deze bron ontsprongen de stormriv ieren (Elivagar), die hunne wateren in alle richtingen droegen. Langs de zuidzijde van den afgrond lag de vuurwereld, die vóór de nevels en waters, en lang vóór de bewoonde aarde ontstaan was. Daar was alles vuur en vlam, en niemand, die tot dit rijk niet behoorde, durfde dit grondgebied betreden. Daar heerschte Surt (de zwarte), de

Sluiten