Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den vijand had men geen spoor bemerkt; de tweedaagsche tocht had ons een verlies van 16 dooden en gewonden gekost.

Einde der expeditie.

Oprichting der versterking te Badjoa.

Nu Boni getuchtigd was, was daarmede volgens de Instructie het krijgskundig doel der expeditie bereikt. In de nu op Bonisch grondgebied op te richten versterking moest verder de beslissing in de staatkundige zaken worden afgewacht. Immers de expeditie in 1825 had overtuigend aangetoond, dat, niettegenstaande de overwinningen door den generaal-majoor van Geen op den vijand behaald, deze niets uitwerkten, toen de troepen voor den Java-oorlog benoodigd, het Bonisch grondgebied moesten verlaten, zonder dat men in eene vestiging eene staatkundige beslissing had kunnen afwachten.

Wel had de kolonel Waleson liever het krijgskundig succes willen voltooien door ook naar de beide andere versterkte plaatsen van het Bonische rijk, Pasempa en Pampanoea op te rukken (1) en voorloopig aan deze tochten het oprichten eener versterking ondergeschikt te maken, in de hoop daardoor ook het staatkundig doel der expeditie te bereiken, doch de Regeerings-Commissaris wenschte de verantwoordelijkheid dezer verandering der regeeringsbevelen niet op zich te nemen, zoodat met den bouw der versterking een aanvang werd gemaakt. De expeditie was dus hiermede feitelijk afgeloopen, doch de kolonel Waleson wilde het vijandelijk grondgebied niet verlaten, vóórdat de versterking te Badjoa geheel gereed zou zijn. Daar omstreeks April de regenmoesson zou invallen, eischte dit werk eene aanzienlijke krachtsinspanning om vóór dien tijd gereed te komen.

Zooals gezegd, was in het bivak inmiddels de cholera uitgebroken, welke

(1) Een bekende volkssage in Boni luidde: Zoolang Boni »het machtige"; Pasempa »het sterke en Pampanoea »het rijke" niet veroverd zijn, is het rijk van Boni ook nog niet overwonnen.

Sluiten