Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III.

DE GEBEURTENISSEN TOT DEN AANVANG DER 2de EXPEDITIE NAAR BONI.

Niet alle troepen keerden naar hunne garnizoenen terug; reeds op het oorlogsterrein waren n. 1. onrustbarende tijdingen uit Makasser gekomen. De Bonieren zouden niet alleen trachten onze redoute te Badjoa af te loopen, doch zij zouden ook met 40,000 man een aanval op de hoofdplaats Makasser ondernemen. Het 14de bataljon moest daarom op Celebes (te Makasser) achterblijven, teneinde thans defensief op te treden in onze bezittingen in de Noorder- en Zuiderdistricten; op last der ïegeeiing weiden daartoe nader ook het 3de bataljon, de halve 3 batterij en een peloton cavalerie bestemd.

De mobiele colonne (zie bladz. 14), welke reeds van den aanvang dei expeditie eene reeks van vermoeiende tochten in de Noorderdistricten achter den rug had, was zwaar door cholera en typhus geteisterd, zoodat haar op dit tijdstip voorloopig rust werd gegund te Pankadjene, van waaruit kleine tochten in de kuststreken ondernomen werden. Ook de troepen, uit Boni teruggekeerd, dienden eerst op krachten te komen, alvorens nieuwe inspanning van hen gevergd kon worden.

De gezondheidstoestand van de bezetting onzer versterking te Badjoa liet weldra zooveel te wenschen over, dat reeds einde Mei de geheele bezetting vervangen werd door een compagnie Afrikanen van het 2de

Sluiten