Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De operatieplanneii.

De generaal Verspijck die, na den dood van den generaal Köhler, aangewezen was om de leiding der verdere krijgsverrichtingen op zich te nemen, had na het terugkeeren der 1ste expeditie een operatieplan ontworpen, hetwelk den opperbevelhebber bij zijn aankomst te Batavia werd voorgelegd (1). Volgens dit plan moesten in de eerste plaats de operatiën daarheen leiden, dat de hoofdversterking des vijands „de Kraton" ons zoo spoedig mogelijk in handen viel. Hiervan uitgaande, stelde de generaal Verspijck op den voorgrond, dat het volgen van den weg door de 1ste expeditie genomen, ons aan zware verliezen zou blootstellen, omdat de vijand zich daar waarschijnlijk geducht versterkt zou hebben. Het bezigen van de Atjehrivier als operatielijn, zou eveneens tot groote bezwaren aanleiding geven. De vijand hield de monding bezet en volgens ingekomen berichten bevonden zich talrijke versterkingen langs de rivier. Er moest dus getracht worden in den rug of op de flanken der stelling te komen.

Volgens de berichten der spionnen voerden er van de kuststrook ten westen van de Atjehrivier geen wegen naar de achterzijde van den Kraton. Dit terrein was bovendien weinig bekend. De omtrekking uit een punt, oostelijk van de Atjehrivier gelegen, met name Koewala Gigieng, beloofde echter groote voordeelen. Volgens de gidsen en spionnen voerde vandaaruit een vrij goede weg, ongeveer 2 a 3 uur gaans lang, naar eene waadbare plaats in de Atjehrivier, iets ten zuiden van den Kraton. Kon men dus dien weg volgen, dan werd het grootste gedeelte der vijandelijke werken in den rug bedreigd. De inlandsche vijand ziet dan meestal van eene verdere verdediging af.

Als een nadeel van dit plan erkende de generaal Verspijck, dat bij deze beweging onze troepen zelf, door den vijand, in den rug zouden kunnen worden bedreigd en van de operatiebasis worden afgesneden. Het

(1) Nota van den generaal-majoor Verspijck, voorkomend© in het werk: Generaal van Swieten en de waarheid over onze vestiging in Atjeli. Den Haag. 1880.

Sluiten