Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sperring stootten, in welker nabijheid op den rechteroever een groote benteng lag. Door het geschut der sloepen werd de vijand daaruit verdreven en de benteng vervolgens door 2 compagnieën mariniers bezet. (Deze versterking heeft altijd den naam van marinebenteng behouden). De sloepen bleven dien nacht vóór de paalversperring en roeiden den volgenden ochtend naar het bivak te Penajoeng.

In den loop van den 18den had de opperbevelhebber voor het eerst aanraking gekregen met een zendeling van Toekoe Neq. Deze liet opnieuw zijn trouw aan het Gouvernement betuigen, doch uit vrees voor wraakoefening durfde hij zich niet openlijk aan te sluiten. De Sultan was, volgens hem, niet geneigd zich te onderwerpen.

Daar het zeer waarschijnlijk was, dat de marinebenteng en Kota Babi door een pad met elkaar verbonden waren, rukte, den 19den December, de luitenant-kolonel Engel met een half bataljon infanterie en 2 compagnieën mineurs van uit Kota Babi naar de marinebenteng op, met opdracht daarna langs de rivier naar Penajoeng te marcheeren. De kapitein-luitenant ter zee Bunnik ontving last, met een compagnie mariniers, de colonne Engel van uit de marinebenteng tegemoet te gaan. Ongehinderd kwam de colonne Engel bij de marinebenteng aan en trok vervolgens langs een vrij goed pad naar het bivak te Penajoeng.

Gedurende de nu volgende dagen werden achtereenvolgens de beide brigades naar Penajoeng verplaatst en de marinebenteng door eene compagnie infanterie bezet. De kolonel Wiggers van Kerchem had intusschen bij Penajoeng een noodbrug over de Atjehrivier doen slaan en vervolgens het L. H. 14de bataljon op den linkeroever doen overgaan. Deze troepen betrokken op die plaats (kampong Djawa) blijvend het bivak. Den 22sten December was de geheele troepenmacht te Penajoeng vereenigd, waar in de eerstvolgende dagen alle handen aan het werk gezet werden om het bivak in orde te brengen. Het aantal zieken was dien dag tot ruim 1000 gestegen. Het aantal dooden bedroeg 300, waarvan 261 aan cholera waren overleden.

Sluiten