Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kende beweging in de linkerflank van den vijand, werd de bende, welke i 1000 man steik was, met achterlating van een tiental dooden verdreven. Een kleine bende van omstreeks 40 man had te zelfder tijd den Kraton gealarmeerd, doch was eveneens met verlies teruggeslagen. Deze aanval, dagen te voren met grooten ophef aangekondigd, deed andermaal inzien, dat een inlandsche vijand als aanvaller, tegen een door onze troepen goed verdedigde stelling, weinig te beteekenen heeft. Den 16den April echter werden wij in een gevecht gewikkeld, dat aan den anderen kant aantoonde, dat de Atjeher achter zijne zware versterkingen een niet gering te schatten tegenpartij is.

Sedeit de eerste dagen van April werden eiken dag de omstreken van den Kraton tot op een afstand van 1 K.M. door kleine colonnes afgepatrouilleerd, om den vijand te beletten, zich in de nabijheid van den Kraton te versterken. Den 16den April 's morgens om 7 uur marcheerde weder zulk eene colonne, sterk 100 man onder bevel van den kapitein Bardok, langs de oosterface van den Kraton. Ten zuiden van den kampong LampoeOek werd deze colonne uit het aldaar gelegen dichtbegroeide terrein beschoten. De colonne-commandant liet oogenblikkelijk de stelling verkennen, doch het steeds heviger wordende vuur van den vijand, dat ons 4 gewonden bezorgde, deed den kapitein Bardok besluiten zijn marsch voort te zetten, daar hij zijn detachement niet groot genoeg achtte om op eigen initiatief eene sterke vijandelijke positie aan te tasten.

Intusschen was eene even sterke colonne, onder commando van den 1 sten luitenant Scheltus , welke uit Kota-Goenangan langs de zuiderface gemarcheerd was, bij de colonne Bardok aangekomen, doch ook nu werd de gezamenlijke sterkte nog niet voldoende geacht om den vijand aan te tasten, zoodat na afloop van een kort overleg elke colonne haren weg (dus' in tegengestelde richting) vervolgde.

Inmiddels had men in den Kraton het vuren in oostelijke richting gehoord en had de majoor Romswinckel van den kolonel Pel den last ontvangen met 150 man en 1 sectie bergartillerie uit te rukken, tot

Sluiten