Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het stelsel van afwachting, door den generaal van Swieten aanbevolen, en het stelsel van agressie of verovering van het geheele vijandelijk gebied, door velen in en buiten het leger voorgestaan. Een nieuwe phase trad dientengevolge in met: het stelsel tot afsluiting der kust van Groot-Atjeh.

Nadat de regeering hare toestemming had verleend en de troepenmacht te Atjeh gelegerd, aanzienlijk versterkt was geworden (1), begon de generaal Pel in Januari 1875 zijne tochten naar het binnenland, beroemd geworden door de meesterlijke wijze, waarop daarbij geageerd werd. Len ruim gebruik werd hierbij gemaakt van de door den inlandschen vijand zoo gevreesde omtrekking, terwijl in het eenmaal door onze troepen veroverde gebied een aantal posten werden opgericht. Nog was de door hem voorgestelde afsluitingslinie niet voltooid of de generaal Pel stierf op den 25sten Februari 1876 aan eene slagaderbreuk in het bivak bij Lamjong te midden zijner overwinnende troepen.

Onder zijn opvolger, den generaal Wiggers van Kerchem, werd de linie uitgebreid en verbeterd, waardoor het aantal posten tot 47 steeg. De oorspronkelijk te Atjeh achtergelaten troepenmacht, bestaande uit 5 halve bataljons, 1 bergbattenj, 1 compagnie mineurs en 2 compagnieën vestingartillerie, was op het einde van 1876 gestegen tot 10 halve veldbataljons van 4 compagnieën, 1 veldbataljon van 6 compagnieën, 2 bataljons barisan van 2 compagnieën ieder en een garnizoens bataljon van 11 compagnieën (samen 61 compagnieën) voorts 2 bergbatterijen, 3 compagnieën vestingartillerie, (met 92 vuurmonden) 2 compagnieën mineurs en 1 peloton cavalerie, benevens een trein van 3000 dwangarbeiders. In November 1876 kwam bovendien eene spoorwegverbinding tot stand tusschen Kota-Radja en Oleh-leh. De generaal Wiggers van Kerchem trad in dezelfde maand wegens politiek meeningsverschil met de Regeering af en werd opgevolgd

(1) Sedert het vertrek der 2de expeditie, 8 maanden te voren, was de troepenmacht vermeerderd met 3 halve bataljons (12 compagnieën) en 1 bergbatterij, behalve de noodige aanvullingstroepen; want niet minder dan 900 personen waren in dien tijd overleden en ± 1900 geëvacueerd.

Sluiten