Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verband daarmede de scheepsmacht, in de wateren van Atjeh gestationneerd, tot 4 oorlogsschepen verminderd werd.

Al zeer spoedig bleek het, dat men den toestand te Atjeh te optimistisch had ingezien. De handhaving van orde en rust, welke onder den generaal van der Heijden een krachtigen patrouillegang gevorderd had, bleek niet voldoende te kunnen worden toevertrouwd aan de nog niet goed georganiseerde burgerpolitie. Te meer was dit liet geval, daar op last van den Gouverneur, voortaan geene patrouilles meer mochten worden uitgezonden dan enkele, volgens bepaalde door hem vastgestelde regelen. Als gevolg hiervan trad de vijand driester dan ooit op en bestookte onze posten en transporten, waar en wanneer hij kon. Daar alle militaire maatregelen eerst door een ter plaatse aanwezigen burgerlijken ambtenaar moesten worden gesanctionneerd, waren de militaire bevelhebbers niet altijd in staat zich tijdig, dus krachtig, tegen de steeds in grooter getal optredende rooversbenden, te verzetten. Deze benden kozen bovendien bij voorkeur het terrein hunner operatiën binnen onze liniën.

Langzamerhand werd de Gouverneur door de omstandigheden genoodzaakt de militaire macht krachtiger te laten optreden (van April 1882), doch hij wees een voorstel van den Militairen Commandant al, om weder tot de door van der Heijden genomen maatregelen terug te keeren. In Maart 1883 trad de heer Pruijs van der Hoeven af. In een kort te voren aan de Indische regeering overgelegd rapport verklaarde de aftredende Gouverneur, dat men in Atjeh op den goeden weg was.

Doch ook aan zijn opvolger, den heer Laging Tobias, gelukte het e\enmin langs vredelievenden weg de Atjehsche bevolking tot rust en ondeiwerping te brengen. Zelfs moest in Mei eene troepenversterking van Ja\a worden ontboden. De heer Laging Tobias voerde den patrouillegang wedei in, doch de vijand trad zoo krachtig op, dat soms verscheidene mobiele colonnes (eens zelfs 12) noodig waren om den transportdienst tusschen de posten te verzekeren.

Daar ook de kuststaatjes de bewoners van Groot-Atjeh in het veizet

Sluiten