Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sloten voor den in- en uitvoerhandel. Krachtig toegepast, zou dit stelsel veel moeten bijdragen tot de beperking van het verzet. De vallei van Groot-Atjeh zou daardoor geisoleerd worden, waardoor een krachtiger optreden ook daar gunstige resultaten moest hebben.

Intusschen had de Regeering, op voorstel van den generaal Deijkerhoff , het aanbod aangenomen van een onzer lastigste tegenstanders, Toekoe Oemar , om zich aan ons gezag te onderwerpen en daarna met eigen volk de nog in Groot-Atjeh rondzwervende benden te verdrijven en het gebied buiten de linie weder onder ons rechtstreeksch bestuur te brengen (Aug. 1893.) Gesteund door onze troepen, volbracht Toekoe Oemar de hem opgedragen taak met een door hem aangeworven Atjehsch korps van ± 250 man. Het door hem veroverde terrein werd daarop door onze troepen, in tijdelijke versterkingen gelegerd, bezet. Begin 1894 waren de XXY en XXVI Moekims bijna geheel door onze troepen bezet, terwijl wij in de XXII Moekims tot Senelop en Anagaloeng waren doorgedrongen.

Aldus werd in 1893 het stelsel van concentratie weder verlaten en vervangen door een stelsel, dat het midden hield tusschen agressie en afwachting , daar het plan was de veroverde landschappen blijvend te bezetten.

Het nieuwe stelsel scheen gunstige resultaten te zullen afwerpen, daar er in de jaren 1894 en 1895 eene, vergeleken bij vroeger, ongekende rust en veiligheid heerschten. Het verraad van Toekoe Oemar (29 Maart 1896) sloeg plotseling aan alle gekoesterde verwachtingen den bodem in. Met het verraad van Toekoe Oemar viel ook het systeem, dat op zijne onderwerping gebaseerd was. De vooruitgeschoven posten, in 1893 en 1894 met zooveel inspanning opgericht, werden in de maand April 1896 na eene reeks van bloedige gevechten weder verlaten.

Eene nieuwe, zeer belangwekkende, periode van den Atjeh-oorlog ving hiermede aan.

11

Sluiten