Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE HOLLANDSCHE BAKSTEEN.

Inleiding. Ons land is, op een deel van Limburg na — waar men vaste tertiaire gesteenten vindt en de mergel uit den Sint Pietersberg bij Maastricht als bouw* materiaal kent — opgebouwd uit verweringsproducten en verwordingsproducten

De rivieren, en vóór hen de gletschers van Noord en Zuid bedekten den diepliggenden tertiairen bodem met een dikke laag materialen, die zoolang de stroomsnelheid groot genoeg of het ijs nog ongesmolten was, waren medegevoerd van elders. In het bekken, dat opgevuld ons land worden zou, bezonken die materialen en onder invloed van de snelheid in het water, van het gewicht der steen» en gruiskorrels en van verschillende andere oorzaken geschiedde dit bezinken niet als een gelijkmatig materiaal* mengsel. Er ontstonden verschillende lagen van uiteen* loopend materiaal, zóó dat wij in heistreken soms leemputten te midden van het zand vinden, of elders kleiafzettingen

tusschen zandmassa's.

Zóó vlak werd het bekken niet gevuld of er bleven putten, waarin water bleef staan en een moerasplantengroei ontstond, welke — zooals dat ook tegenwoordig nog ge* beurt — geleidelijk de waterkom deed inkrimpen door de vorming van een laagveenmassa. In zandstreken ontstond op den drogen bodem een heel andere soort planten* groei, die aanleiding gaf tot de vorming van hoogveen.

Met de kolen van Zuid*Limburg, geven deze beide veensoorten in eigen land de noodige brandstoffen om de klei (en weinig zand) te „bakken" tot steen, die, hoewel niet zoo hard als die, waarvan de klei de allerfijnste rest is, niettemin een bruikbaar materiaal voor wegen* en huizenbouw is.

Sluiten