Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De grondstof voor de baksteenindustrie is dus de klei die op de beschreven wijze vroeger tot afzetting kwam, of ook wel die, welke nog steeds door de rivieren wordt aangevoerd en buiten het stroombed tot bezinking komt (Holl. IJssel). Ook wordt een aanmerkelijke hoeveelheid steen van in heistreken aangetroffen leembanken gemaakt.

Klei — indien geheel zuiver van vreemde bijmengingen — is aluminiumsilicaat vermengd met fijn kwartsgruis. Bijge* mengde stoffen zijn gewoonlijk koolzure kalk (krijt) of koolzure magnesia, ijzeroxyd en kalium* en natriumver* bindingen. Van de verhouding van de stoffen, welke onder* ling gemengd een bepaalde kleisoort vormen, hangt af de meerder of minder gemakkelijke smeltbaarheid van het ma* terialenmengsel en de kleur van de van die klei gebakken steen; zoo heeft kalkgehalte bijv. een gele kleur na het bakken tengevolge.

De smeltbaarheid heeft invloed op de kwaliteit van het product, terwijl de kleur van de goed doorbakken steen vrijwel geenerlei stellige aanwijzing omtrent de geaardheid van het materiaal geeft, althans behoeft te geven.

Aan eigenlijk smelten, n.1. van de geheele massa moet hier ook trouwens niet gedacht worden, maar aan „sintering". Daaronder verstaan wij het samenbakken van een materiaal* mengsel tengevolge van het smelten van enkele bestand* deelen uit dat mengsel.

Omtrent de kleur van de gebakken klei valt nog op te merken, dat haast nog meer dan de samenstelling van de grondstof daarop het „bakken" zelf van invloed is. Een en dezelfde klei levert al naar de plaats in den oven steen op, die verschilt in kwaliteit zoowel als kleur, terwijl ook de wijze van stoken voor een groot deel de kleur van het te verkrijgen product beheerscht. Een sprekend voorbeeld zijn wel de uit dezelfde kleisoort naar verkiezing helder rood of donker blauwgrijs gebakken dakpannen. Het hangt er maar van af of men alléén met sterke of goede lucht* toevoer „oxydeerend" of ten slotte nog met gedempte, smokende vuren „reduceerend" de klei verhit en dus de daarin aanwezige ijzerverbindingen brengt tot den oxydvorm dan wel den oxyduulvorm.

Veel omtrent samenstelling van de klei en over de

Sluiten