Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfde profiel als de wegoppervlakte: n.1. Vso van de wegbreedte tot pijl van de ronding. De trottoirondergrond werd minder diep uitgegraven, en wel evenveel minder

t i 1 t 111

als ook later net opperviaK nooger zou liggen dan dat van den straatweg zelf. Dit hoogteverschil is 10 a 12 cM. De trottoirs verkregen lichte helling naar het wegmidden.

In de sleuf werd zand aangevoerd en flink aangestampt — juist waar dit aanstampen noodig is en het zand betrekkelijk moeilijk geheel en al naar wensch vastgestampt te verkrijgen is, is een dikke zandlaag onder de klinkers niet aan te bevelen.

Nadat het zand, onder behoud van het gekozen profiel vastgestampt is, begint het eigenlijke straten. De straatmaker zet enkele steenen in het zandbed, zóó dat zij de juiste hoogteligging volgens het aangegeven profiel hebben. Dergelijke hoogtesteenen zet hij ook in een dwarsprofiel, dat 10 a 15 M. verder ligt enz., en plaatst, in over= eenstemming met de hoogtesteenen, op tusschengelegen punten z.g. „naaldsteenen".

Hij heeft nu voldoende oriëntatiepunten en begint de klinkers te straten, zich rich* tende naar de uitgezette merksteenen. Dit straten geschiedt met den straatmakershamer, welke een vierkante kop en een breed uitloopend blad heeft. Met het blad wordt zand uit het bed weggekrabd of onder een steen geschoven naarmate de hoogte van den

steen 7ii 11c s vnrrlert Mpt rlpn viprkan+pn

hamerkop wordt daarna de steen vastge*

klopt.

Met eiken volgenden steen wordt des* gelijks gehandeld en zorggedragen, dat de voegen steeds zoo nauw mogelijk zijn; meer

dan twee halve steenen (voor het verband) mogen in geen der rijen voorkomen.

Wanneer een lengte van een tiental meters straat gereed

2

Sluiten