Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IX.

öcn arfieiö sgiier 31de."

Om den arbeid zyner ziele zal'hu het zien, • en verzadigd worden.

Jes. 53 : 11a.

In Jesaja's aangrijpende profetie van den „Man van smarten", spreekt tien verzen na elkander eerst de kerke Gods van het lijden, dat om harentwil op Messias komen zou: „Hij is om onze overtredingen verwond, en onze smarten heeft hij gedragen."

Maar daarna volgt in tivee verzen, en wel in de slotverzen, heel iets anders. Niet wat de kerk van haar Redder, maar hetgeen God zelf van den Middelaar zegt: „Door zijne kennisse zal mijn knecht er velen rechtvaardigen."

En tusschen die heide stukken, van wat de kerk belijdt en hetgeen God belooft, komt terstond dit verschil uit, dat de kerk er toe neigt om op het lijden des lichacms te blijven staren, terwijl God zijn kerk wijst op wat Jezus leed in de ziel.

Bij de kerk heet het in haar belijdenis: „Als wij hem aanzagen, was er geen gestalte dat wij hem zouden begeerd hebben, en als een lam werd hij ter slachting geleid."

Maar de Heere betuigt: „Om den arbeid zijner ziele zal hij het zien en verzadigd worden. Door zijne kennisse zal mijn knecht er velen rechtvaardigen."

Voor de kerk aller eeuwen, en ook voor ons, een Goddelijk vermaan, om bij elk inleven in het lijden van Jezus tegen die eenzijdigheid van onze menschelijke neiging op onze hoede te zijn, niet in het uitwendig lijden van Jezus al zijn lijden te zien, en steeds door wat voor oogen is door te dringen tot het lijden dat hij leed in de ziel.

Sluiten