Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XI.

„3|fi öE3lueef u bij ben ïelienbcn £ab."

Doch Jezus zweeg stil. En de hoogepriester, antwoordende, zeide tot hem: Ik bezweer u bij den levenden God, dat gij ons zegt of gy zijt de Christus, de Zone Gods.

Matth. 26 : 63.

Niet op zijn woord geloofd te worden, is hard; en er schuilt gróotelijks onvoorzichtige hardigheid in, zoo men, met kinderen of met dienstboden omgaande, hun zoo telkens, alsof het de natuurlijkste zaak ter wereld ware, toevoegt: „Dat zegt ge nu wel, maar zoo is het niet." Wie zich dit aanwent, kweekt de leugen in kind en onderhoorigen beiden.

„Waarheid spreken", is onder de tien geboden van den Sinai het eenig volstrekte en natuurlijke, omdat het onder alle het eenige is, dat voor het Eeuwige Wezen zelf geldt, als zijnde de Waarheid de uitdrukking van zijn Wezen zelf.

Voor God is het eerste gebod ondenkbaar. Een beeld van zichzelven heeft God gemaakt. Zijn heiligen naam kan Hij nooit ijdellijk Gebruiken. Aan den zevendendaagschen Sabbat is het creatuur, maar niet God onderworpen. Gebod vijf treft het Eeuwige Wezen niet. Hij doodt alle dag het menschenkind. Hij rooft door de woede der elementen. Het achtste gebod valt vanzelf uit. Begeeren doet God al het onze. En feitelijk is er alzoo maar één gebod, dat, met als.gebod natuurlijk (want wie zou God gebieden), maar dan toch naar zijn w ezenheid ook voor God geldt, t. w. het negende, het gebod der

Daarom sprak de Middelaar, zelf God zijnde: „Ik ben de \\ aarheid.

En ook daarom heet de satan: de vader der leugen.

Waarheid en leugen staan in God en den satan regelrecht tegen

Sluiten