Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eerst in dat wezen der waarheid, in dat booze karakter van de leugen, in die ontzettende beteekenis van den eed, en in dat satanische wezen van den meineed, moet ge u helder indenken, wilt ge het verstaan, wat het voor uw Jezus geweest is, toen Cajaphas hem in tegenwoordigheid van heel het Sanhedrin toe dorst roepen: „Ik bezweer u bij den levenden God."

Jezus op een eed gevergd!

Niet op den getuigeneed om anderer wil, maar op den eed over zijn eigen woord en wezen.

„Ik bezweer u bij den levenden God, dat gij ons zegt, of gij zijt de Christus, de Zone Gods."

Als Zone G-ods was hij opgetreden, Als Zone Gods had hij zich aangekondigd. En nu stond het Sanhedrin tegen hem op, alsof' het zeggen wilde: „Dat beweert gij wel, maar onderwijl ge zelf weet dat het niet zoo is. Ge kunt, ge durft er geen eed op doen. Of durft ge, doe het dan. Ik hoogepriester Cajaphas, roep, ik vorder er u toe op. Ik bezweer u bij den levenden God. En nu van tweeën één. Voor dien eed zult ge bezwijken, en daarmee zelf uw leugen bekennen. Of wel ge zult zelfs voor dien eed niet terugdeinzen, maar dan ook aan meineed en godslastering schuldig staan, en nog dieper wegzinken, dan gij dusver door uw valschelijk voorwenden van Zone Gods te zijn, reeds deedt.

Zóó was metterdaad dat vergen op een eed bedoeld. Jezus moest er voor zwichten en bezwijken, of zelfs den meineed aandurven.

Vandaar dat toen Jezus gezworen had, Cajaphas opvloog, zijn tabbaard stukscheurde en uitriep: Hij heeft God gelasterd, om opstaande van zijn zetel, met al de leden van het Sanhedrin, op den meineedig gewaanden Jezus aan te vallen, en hem te stellen tot het mikpunt van allerlei ruwheid en spot.

Voelt ge nu wat grievende krenking, en daarin wat verscherping van lijden, die opvordering op den eed, en die onmiddellijk volgende aanklacht van meineed, voor uw Jezus zijn moest ü

Ook u valt het hard, als men u op een eed vraagt, want elke eed dien men u afvergt, toont, dat men u m staat acht buiten eed onwaarheid te spreken, en de leugen boven de waarheid te verkiezen.

Maar op u rust die last, omdat ge zondaar zijt. Ook gij voelt er wel het krenkende van, maar ge buigt er u onder, om uwer zonde wil.

Doch wat gansch andere gewaarwording moest het dan niet m

Sluiten