Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XII.

„,-ïilStj driemaal Uertaocljenen."

Jezus zeide tot hem: Voorwaar ik zeg u dat gij in dezen zolven nacht, eer de haan gekraaid zal hebben, mij driemaal zult verloochenen. Matth. 26 : 84.

In Petrus' verloochening van zijn Heiland, staat niet de ontrouw, maar het lijden dat menschelijke trouwloosheid aan het menschelijk hart veroorzaakt, op den voorgrond; en wel zeer bepaaldelijk het lijden hierdoor aan uw Jezus aangedaan.

Petrus' verloochening is een stuk uit de lijdensgeschiedenis van den Middelaar. Een schakel in de reeks van bange gebeurtenissen, die van G-ethsémané tot Golgotha elkander met zooveel snelheid zijn opgevolgd.

Jfïskend, niet yekend, niet erkend te worden, is een der pijnlijkste ervaringen, die we doorstaan. Niet in den zondigen zin, dat ge u al allerlei inbeeldt, ik weet niet wat hooge gedachte van uzelven koestert, en op alsoortig eerbetoon aanspraak maakt, en nu boos en bitter wordt, omdat men weigert den gewenschten wierook voor u te branden. Dan toch is er geen miskenning, maar gebrek aan zelfkennis te uwen laste, en' is het een zegen te achten, zoo men u niet vleit, maar nuchter de waarheid zegt, en alzoo de ongezonde zelfverheffing en dwaze inbeelding in u neerslaat.

Maar miskend te worden in uw wezenlijken ernst, in uw heiligste bedoelingen, in uw bangsten levensstrijd, in de worsteling der ziele waarmee ge opstaat en waarmee ge u eiken nacht weêr nederlegt, dat ja, is lijden, bitter lijden voor het hart, dat God met den dorst naar menschelijke sympathie geschapen heeft.

Want al is die sympathie van lager orde, waar ze alleen in het

Sluiten