Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betoon van goedwilligheid bestaat, ze kan toch ook geestelijk en van hemelsche waardij zijn, als ze bedoelt in den machtigen strijd der geesten ha/rt aan hart te verbinden, en zoo de macht in de worsteling voor ons levensdoel te verdubbelen.

Veilig moogt ge dan ook zeggen, dat voor al Gods profeten en apostelen en bloedgetuigen juist het gemis aan die sympathie, dat alleen treden van den wijnpersbak, die doodelijke eenzaamheid en drukkende verlatenheid, het bangste kruis is geweest, dat ze hebben gedragen.

En als ge u nu in het leven, in het zelfbesef, in het innerlijk bewustzijn van uw Heiland indenkt, die rijpte eer iemand iets van zijn levensstrijd vermoedde, en toen hij optrad, drie lange jaren geworsteld heeft zonder dat iemand hem begreep, hem verstond, en geestelijk met hem ineensmolt, verstaat ge dan niet dat er voor uw Jezus een kruis vóór zijn Kruis is geweest?

Zooals onze Catechismus zegt, „een lijden alle de dagen zijns levens op aarde."

Maar natuurlijk dat gemis aan sympathie treedt in nog veel scherper vorm op, als ge stuit op geestelijke antipathie, juist bij wie u volgen en schijnen de uwen te zijn.

En toch dat was het in Jezus' kring.

Ze waanden het met Jezus eens te zijn, en ze waren het niet. Heel hun omgang met Jezus, al die jaren lang, was één doorloopend misverstand. Hoe duidelijk Jezus zich ook uitsprak, ze bleven hem geestelijk vreemd. Ze waren mannen eens anderen geestes. En telkens kwamen ze Jezus weer pijnigen met hun banale vragen, wanneer hij toch het koninkrijk in Davids stad zou oprichten, en wie dan eerste minister zou zijn.

A oor uw Jezus om het van zielewee te besterven.

En als Jezus dan alles wil afsnijden door te zeggen: „Mijn weg is naar het kruis," dan komt de antipathie tegen zijn geestelijk bedoelen juist het sterkst uit in den man, die de warmste sympathie voor Jezus' persoon had, en moet Jezus die antipathie wraken en breken door zijn uitroep: Satan, ga achter mij!

Toch helpt het niet.

Zelfs na het Avondmaal staat Petrus nog aritipathetisch tegen Jezus geest over, en hij schaft zich een sabel aan, en wondt een der dienaren in Gethsémané.

I

Sluiten