Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En die bange smart, die leed Jezus dan juist het meest, als hij met zijn discipelen alleen was.

Met zijn lieve jongeren, die alles voor hem verlaten hadden, die zoo kostelijke bedoelingen hadden, die voor hem door een vuur zouden vliegen.

Maar wat baatte hem al die liefde, hij zocht geloof, hij zocht geestesgemeenschap, hoogere eenheid, een samengaan in den 'diepen,

bangen strijd met Satan. En hoe dikwijls hielpen ze Satan

niet tegen hem.

Als de schare Jezus schrijnde aan zijn hart, dan hield hij nog altoos zijn discipelen over, wier sympathie hem verkwikken kon. Maar als nu zelfs in dien kring der zijnen het snijdende misverstand altoos voortduurde. Zij altoos een ander doel voor oogen, en nooit in zijn levensdoel, in Gods bestel kunnen inkomen, o, Dan wordt het menschelijk hart van Jezus toegenepen, en dan voelt hij zich juist in het midden der zijnen zoo ontzettend alleen.

Grethsemane is niet iets nieuws, maar in Grethsémané trekken zich al de stralen saam van wat Jezus al die jaren reeds geleden had.

En nu breekt zijn hart schier, en smeekt hij althans zijn drie beste jongeren, om hem niet alleen te laten.

Want natuurlijk, was het lijden voor Jezus onder de schare erg, erger nog onder de twaalven, het allerergst was het onder zijn drie verkorenen uit die twaalf.

En dat zelfs die drie er toen, in Grethsémané, nog niets van begrepen, dat is voor Jezus de bitterste druppel geweest, waarin de bittere druppel van Petrus' verloochening reeds vooruit gesmaakt werd.

En toch is de wonde die Petrus door zijn opzettelijke verloochening aan Jezus' hart toebracht, een nieuwe bitterheid op zich zelf geweest.

Miskend, niet begrepen te worden, tegen wie u het meest liefheeft het hardst te moeten strijden, is reeds ontzettend, maar banger wordt dit nog, als het in verloochening overslaat, d. w. z. als men u dat aandoet niet onbewust, niet als ge alleen zijt, maar voor het oog en oor der menschen. Sterker nog als men u dat aandoet tegenover uw vijanden.

Dan vlijmt het wapen zoo diep, en schrijnt de wonde die men u toebrengt zoo bitterlijk.

Want dan merken de menschen het, en het komt uit. Dan merkt uw vijand het, en bespot er u om.

Sluiten