Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gods heilige wrake over de zondestad worden uitgegoten, dat het een kermen van doodsmart in al Jeruzalems straten zal worden.

Dat moest. Dat kon niet uitblijven.

Het kruis moest er zijn, om de wereld te redden, maar het kruis kon er niet komen, of het moest zoo bitterlijk aan de zondestad, die het dorst oprichten, gewroken worden. Of hadden ze het niet God tergende op het marktplein uitgegild: „Zijn bloed kome over ons en onze kinderen!"

Nu het zou dan ook over hen, én over hun kinderen, komen. En nu ziet Jezus die moeders daar staan, wier eigen kinderen dan mannen van dertig, veertig jaar zouden zijn, en die dan zoo sehriklijk gemarteld en uitgemoord moeten worden. Al de wallen van Jeruzalem met kruisen als bezaaid, en aan elk kruis een vloekende Jood, die hing weg te sterven, als spotbeeld van dat eéne kruis, waaraan Jeruzalem haar Koning gekruisigd had.

En dat doorleeft Jezus, terwijl hij zelf naar zijn kruis gaat. Die vrouwen die om hem weenen, maken dat het rauwe beeld van dien schriklijken jammer voor zijn geest opkomt.

Jezus voelt dat hij wel niet de oorzaak, maar dan toch de tusschenschakel is, waardoor dat vreeslijke lijden over Jeruzalem komen zal.

En moest het dan niet zijn eigen lijden verzwaren, het lijden van hem, die zoo roerend betuigd had: „Jeruzalem, Jeruzalem, hoe menigmaal heb ik u willen bijeenvergaderen gelijk een klokhen haar kiekens onder haar vleugelen saamlokt, maar gij hebt niet gewild. Zoo worde dan uw huis u woest gelaten!"

En nu, doet niet meer dan één in de Lijdensweken nog evenzoo als de vrouwen deden?

Ze volgen Jezus op zijn somberen lijdensweg, stap voor stap. Nu niet met statiën, en bij elke statie een tafereel uit Jezus' lijden op hout geschilderd. Maar dan toch met statiën in de verbeelding. En zoo maken ze weêr heel het lijden van den Heiland meê, tot eindelijk Paschen komt, en de toon des geklags in den jubel van verlossing overgaat.

Maar wat baat het, zoo dit bij een naspeuren van Jezus' lijden met het weeke gevoelsoog blijft, en het oog der ziel inmiddels niet den Gezalfde Gods in hem ontwaart, en de gevoelige man of de gevoelige vrouw niet tot bekeering komt, en niet meêsterft in dat kruis, om als Jezus verrijst met hem op te staan?

Erger nog, hoevelen maakte dat lijden van Jezus het gevoelig

Sluiten