Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mantel wierd hem weer afgenomen, en voor Pilatus heeft de Heere Jezus weer in zijn eigen gewaad terechtgestaan.

Maar de derde maal ontnam men hem zijn kleed voorgoed. Toen wierd het voor goeden prijs door de beulen verklaard. En toen de kruisbalken daar op den grond lagen, en ze Jezus aangrepen, om hem, onzen dierbaren Heiland, daarop te spijkeren, toen tastte de ruwe hand hem eerst aan zijn opperkleed; toog dat uit; en nam hem daarna ook zijn andere kleederen van het naakte lijf af; en zoo, in den smaad der ontblooting hebben ze toen den Heiland omhoog geheven, en voor aller oog opgericht aan zijn kruis.

o, Men leest zoo gemakkelijk over deze schijnbaar kleine incidenten heen. En toch er ligt zulk een onbegrepen diepte van smart en smaad in voor Hem, die het om onzentwil ondergaan heeft.

Opdat wij eens niet naakt, maar overkleed zouden gevonden worden, of wilt ge, in den toon der Openbaringen van Pathmos, opdat ons eens in het nieuw Jeruzalem het fijne witte lijnwaad zou gegeven worden, liet Jezus zich naakt uitkleeden, en zijn eigen kleederen onder zijn beulen verdeelen, niet na zijn dood, maar toen hij nog levend aan het kruis hing en het zag!

o, Dat menschelijk kleed heeft ons zooveel te zeggen!

God zelf toog het eerste kleed zijn menschenkinderen aan, toen Hij in het Paradijs met „rokken als van vellen", de naaktheid bedekte, die oorzaak van schaamte wierd voor het in zonden gevallen hart.

Dankbaar droeg de mensch dat kleed, zoolang de zonde niet weer te bitter de overhand kreeg.

Maar als de zonde opwoelt en de wijn den man verhitte, werpt Noach zijn kleed af en legt zich naakt voor het oog zijner kinderen te slapen. En dan spot Cham. Maar Sem en Japhet rapen het kleed van hun vader op en bedekken zijn schande.

Als straks de hoogepriester optreedt, is met name zijn kleed teeken van zijn goddelijk ambt, en dies moest hij op den Verzoendag zijn kleed verwisselen.

„Stil leven" noemt de kunst, een kleed dat gevonden wordt, en zooals het daar ligt, verraadt dat er met den man wiens dat kleed was, iets moet gebeurd zijn. En zoo weent Jacob in wanhoop, als het kleed van Jozef met bloed besprenkeld hem gebracht wordt, en ontbrandt Potifar in ziedenden toorn, als hij Jozefs onderkleed op het bed zijner vrouw vindt.

Dat kleed is een deel van 's menschen persoonlijkheid.

Sluiten