Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXI.

v%e toeten niet toat 3c boen."

En Jezus zeide: Vader! vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.

Luk. 23 : 34.

De zonde die op Grolgotha aan den Christus Grods is gepleegd, is niet maar een zonde, maar de zonde, de zonde in haar roleindinq en volstrektheid.

\ erder kon en kan de zonde niet gaan. Dieper is er voor haar geen doordringen. Goddeloozer kan ze niet ingaan tegen den levenden God. Vermeteler, roekeloozer, in meer duivelschen zin kan ze noch (rods majesteit noch Grods liefde wonden.

\\ ant wel zijn er tal van gruwelen op aarde gepleegd, die een ijslijker karakter droegen; waarbij de vindingrijkheid van menschelijke wreedheid sterker uitkwam; die meer allerlei zonde van wellust, baatzucht, wraakzucht, moordzucht en wat niet al, tegelijk deden uitbreken; gruwelen waarbij nog heel anders dan op Grolgotha het menschenbloed gevloeid heeft, en de kreten van mensche1 ij ken doodsangst gehoord zijn, maar dit ijs/ijker karakter bezitten al zulke gruwelen alleen zoo ge rekent naar den maatstaf van het gevoel.

Doch neemt ge uw maatstaf geestelijk; verstaat ge Davids belijdenis: „Tegen 1 . ja, tegen L alleen heb ik gezondigd;" en belijdt ge ^ alzoo, dat een zonde schandelijker, gruwelijker en vreeslijker is, naarmate ze meer rechtstreeks tegen den lei-enden brod ingaat, dan treden al die overige bloedige gruwelen geheel op den achtergrond, en is er eenvoudig nooit ééne zonde opbaarde bedreven, noch kan ooit op aarde onder menschen bedreven worden,

Sluiten