Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wie uit een benauwden droom ontwaakt, is niet gerust, eer er iemand bij hem is, die een woord spreekt en zijn hoofd tegen zijn borst drukt.

Dat komt van het volkomen ware, instinctieve besef, dat al deze ontzettende machten voor een ziel in haar verlatenheid te overweldigend zijn, en inkomen niet tegen ons alleen, maar tegen allen saatn, en daarom door allen saam moeten worden ingewacht.

Maar als het lijden nu zeer wreed op ons aankomt, dan misgunt het ons die stille vertroosting van het goeddoend en verzachtend bijzijn der onzen, en laat ons worstelen en zwoegen geheel verlaten en alleen.

En in die verlatenheid komt dan de angst van het bangste heimwee zich bij het lijden voegen, dat we toch reeds droegen. En dan trekt het in ons' hart zoo diep weemoedig, en dan schreit het, maar met tranen, die niemand opvangt. En dan klimt het ons naar de keel. En we worden zoo zielsbenauwd, dat we niet meer kunnen. En, o, dan die bittere wetenschap, dat het, of ge al roept en kermt, toch niet baat.

En dat nu doorzwoegde uw Heiland. Hij dieper dan iemand. Hij alleen in al zijn diepte van bitterheid en doodelijke benauwing.

'Hij tcas niet slechts „eenzaam" ; maar zijn ziel was „zijn eenzame."

Niet enkel omdat niemand bij hem was en niemand hem ondersteunde, maar meer nog omdat niemand hem verstond of begreep.

Heerlijk, het is zoo, hebben de Apostelen later in de verzoening onzer zonde door het Bloed des kruises gejubeld; maar wat, wat bidde ik u, heeft een Petrus toen Jezus in Gethsémané worstelde oi aan het kruis kermde van het dragen van een toorn Gods verstaan?

o, Soms overvalt ook onze ziele iets van dat weemoedige zielseenzame; als er in onze omgeving geen toon is die weerklank geeft op het roepen van ons hart; als elke klacht, die we als een rave uit de arke onzer ziel uitlaten, wel vliegt en fladdert over de wateren des levens om ons heen, maar straks tot onze eigen ziel terugkeert, zonder een plek voor het hol van haar voet gevonden te hebben.

Dan dorsten we naar sympathie, en ze is er niet. We smeeken om een vriendelijk woord uit het hart, en er is niets dan stroefheid 0111 ons heen. Koperen muren van rondsom. Eindelooze holten en leegten van alle kanten. Geen woord dat ons goed doet. Geen toon die ons de liefde des medelijdens gunt. Van ons bitter lijden geen verstand, geen besef, geen gevoel!

Sluiten