Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXVII. „Jtëon&Eröaarlp omlaag gebaaïb."

(GOEDE VRIJDAG)

Hare onreinheid ia in bare zoomen, zij heeft niet gedacht aan haar uiterste; daarom is zij wonderbaarlijk omlaag gedaald; zij heeft geenen trooster; Heere! zie mijne ellende aan, want de vijand maakt zich groot.

(Klaagl. 1 : 9.)

Op den weg naar Emmaus ontvingen Lukas en Cleopas een onderwijzing van hun Heere, die al Gods kinderen hun benijden.

o, Hoe zou onze ziel één en al gehoor zijn geweest, als we zeiven het eens van zijn lippen hadden mogen hooren, hoe hij heel de Schrift des Ouden Verbonds doorliep, om het uit de boeken van Mozes en al de profetische geschriften te betuigen, „dat de Zoon des menschen alzoo lijden moest om eerst door dat lijden in zijn heerlijkheid in te gaan."

' Hoe voélt elk onzer, dat de Heere ons zijn heiligen Messiasnaam in tal van woorden en beelden en feiten zou getoond hebben, waar wij bij het lezen der Heilige Schrift van het Oud Verbond nauwelijks vermoeden van hebben.

En als dan de symbolische overdrijvers ons ter aanvulling van die leemte hun inzichten in het Oud Verbond aanpreeken, dan voldoet dat toch niet. Dat leeft niet. Dat tintelt niet. Daar trilt geen heilige bezieling in. Daarin zien we het Messias-leven niet van onzen Heere.

Stille lezing van het Oud \ erbond spreekt dan de ziel nog beter toe, en als ge zoo in de Klaagliederen (lods profeet van Jeruzalem

Sluiten