Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welbehagen heb." Hij, God geopenbaard in het vleesch, het uitgedrukte beeld zijner zelfstandigheid, en die het afschijnsel zijner heerlijkheid droeg. En die heerlijke persoon nu door ruwe gerechtsdienaars aangegrepen, gebonden om de polsen met koorden, \ ooi ingeduwd en mishandeld, bespot en in het aangezicht gespuwd, met striemen gegeeseld, en gevloekt, en straks met spiekers door de handpalmen 'geslagen en naakt uitgetogen aan het schandhout genageld; o, zeg zelf, is het ook hier niet, ja, niet hier veel meer nog dan bij Jeruzalems puinhoop: „Hoe wonderbaarlijk omlaag gedaald

Neen, die diepte waarin uw Heiland wegzonk, die peilt uw oog niet.

Daar kunt ge niet bij.

Daar zoudt ge eerst eeniglijk, door zelf in eeuwig verderf weg te zinken, een besef van kunnen krijgen.

Die diepte peilt Satan. Die diepte peilen de eeuwig verlorenen. Die. diepte is zoo diep als de bodem der eeuwige verderving ligt.

Want daar, daar had elk kind van God in moeten wegzinken. In die diepte had elk nu geredde moeten afdalen. Zoo laag en wonderbaarlijk laag hadt ge eeuwiglijk moeten verzinken.

En daar, daar daalde hij, uw Heiland, voor Gods volk m af.

Om het al zelf en voor u uit te drinken, wat u eeuwiglijk de bittere drank der verdoemenisse zou geweest zijn.

Om in dien stroom van vloek en dood onder te worden gedompeld, waarin gij eeuwiglijk zoudt verzwolgen zijn.

En oni in te dalen tot in die allerdiepste en wonderbaarlijk diepe vernedering, die eeuwiglijk uw lot zou geweest zijn, zoo er geen hulpe ware besteld bij dien Held!

En daarom roept de Schrift u toe: Zie op dat kruis, aanschouw de ontzettendheid van dat geheim en verborgen lijden. Hoor dat roepen: „Gij allen die op den weg voorbijgaat, ziet of er een smart is gelijk mijne smart", en roep dan met den profeet m verbazing en met aangrijping der ziele het ook van uw Heiland uit: „Hoe wonderbaarlijk omlaag gedaald/"

Hij die alle engelen en serafs gebiedt, ineenkrimpend m het stof en weedom des" harten, dat een engel hem vertroosten moet!

Sluiten