Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terde hart van zijn moeder doorworsteld werd. Hij wist het, dat was nu het oogenblik, dat haar het zwaard zoo bitter door het moederhart vlijmde.

Moeder te zijn, moeder van zulk een Zoon, en dan dien Zoon, onder smaad en hoon, aan het vloekhout te zien sterven, o, al heeft ze op dat oogenblik, om Jezus' wil, haar tranen bedwongen, Jezus heeft die bittere tranen zich achter het gespannen oog zien verbergen.

Het zwaard, dat door haar ziel ging, was een zwaardsteek te meer door zijn eigen teeder, fijngevoelig hart.

En daarom denkt Jezus om zichzelven niet. Ontfermend gaat zijn liefde naar die in haar smart bezwijkende, en toch in haar smart zoo heldenmoedige vrouw uit, en meer fluisterend dan luide het uitroepend, zegt hij zachtkens tot haar, maar zoo dat ook Johannes het hoort: Vrouwe, zie, uw zoon.

Er lag in dit woord, zoo ge wilt, ook een toezegging van huislijke verzorging. Ook in zijn sterven sluit Jezus het oog niet voor den nood des aardschen levens. Maria kan niet alleen blijven staan. De smaad van het ter dood brengen van haar zoon zou haar najagen. ie weet wat angste, alsof men ook aan haar de hand zou slaan, en om haar zoon gevangen nemen, in die ure der verschrikking haar hart bestormd hebbe. En reeds daarom geeft Jezus haar een rustpunt voor haar zoekend hart. Johannes zou onder menschen het voor haar, het als een zoon voor zijn moeder opnemen.

„Yan die ure af nam de discipel, dien Jezus liefhad, haar in zijn huis."

Maar hoeveel meer lag er niet in dat diepe woord.

\ an een liefde, die den hartstocht des gevoels doet opwellen, bij Jezus geen zweem. Geen oogenblik sleept het gevoel hem mede. Ilij weet, dat het voor Maria de bangste worsteling zal zijn, om den aardschen band, die haar aan Jezus bond, te boven te komen, en van nu voortaan alleen r/eesielij/e in haar Verlosser zalig te zijn; sterker nog, om welhaast in datzelfde kruis te jubelen, dat nu'bij den aanblik haar moederhart verplettert. En daarom spant Jezus dien band des bloeds niet, door het woord van „Moeder" over zijn lippen te laten komen, maar maakt dien band veeleer los, door haar ook nu toe te spreken als Vrouwe.

En waar het moederhart, in zijn leegte en leemte, geen rust kan \ inden, daar beschikt Jezus haar een ander die met kinderlijke teederheid haar moederlijke liefde beantwoorden zou; daar wijst

Sluiten