Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk." Gods heerlijkste beloften zijn, dat Hij „water zal gieten op de dorstigen" en „het dorstig land tot springader zal stellen." Ja, God zelf, dat Eeuwige "Wezen, heet de Bronwel en Springader en Fontein van alle goed.

Zoo hangen dan ons bloed en onze dorst saam; en omdat in ons bloed ook het leven van onze ziele is, vloeit in dien dorst van het bloed het beeld van ons lichamelijk en van ons geestelijk lijden inéén; maar is dan ook de le.xxchinij van dien dors! liet: heerlijk beeld van wering van alle helsche smarte en overgieting met hemelsehe weelde in een heerlijkheid zonder einde.

Toen dus uw Heiland roepen moest: „Mij dorst!" sprak in dien bangen uitroep iets van de ervaring van helsche smarte. Het was uw dorst, waarmee gij eeuwiglijk hadt moeten verdorsten, dien uw Verlosser om uwentwil doorstond; een dorst opgekomen in het bloed dat hij bij zijn vleeschwording uit uw bloed had overgenomen ; een bange uitdroging van het levensbloed waaraan hij om u te redden, zijn eigen goddelijk leven verbonden had.

Toen hij nu riep: „Mij dorst!" had de wereld niets voor hem dan een zwijmeldrank of een wrangen edik. Maar dien zwijmeldrank wees hij af, en aan die spons met edik heeft hij zijn brandende lippen verkoeld. En met dien druppel edik achtte de wereld haar tol van deernis aan den stervenden lijder betaald te hebben.

o, Als Jezus thans nog aan het kruis hing en dat „Mij dorst!" van zijn stervende lippen liet hooren, duizenden zouden er hun leven voor veil hebben, om het koelste water uit de reinste en zuiverste bron met volle teugen aan zijn stervende lippen te bieden.

Zoo zou het thans zijn, nu de vrucht van zijn dood gewerkt heeft en de zijnen hem zijn toegebracht.

Maar zoo is van nature ook uw onverzoend hart niet. Hadt ge dus bij Golgotha onverzoend evenals die soldaten van Bomes keizer gestaan, ook gij zoudt gedacht hebben, dat het reeds wel was, zoo ge den doodschuldige, die daar te sterven hing, met wat wrangen edik gelaafd hadt.

Eerst moest uw Heiland dien doodelijken dorst lijden en in dien dorst van de wondkoorts sterven, om u den zin van zijn verzoenend dorsten te doen verstaan.

E11 nog, wie verstaat er de diepte van? Wie is er die beseft, dat hij óf uit dien dorst van zijn Heiland eeuwig leven heeft in te drinken, óf anders zelf eens eeuwiglijk in zijn onleschbaren helschen dorst vergaan moet?

Vergeet het niet, Jesaia spreekt van een dorstige „die droomt

Sluiten