Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XLI.

„€li, «Eïi, ICainina ^aüacljtanü"

Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten, vérre z\jnde van mijne verlossing, van de woorden mijns brullens.

Psalm 22 : 2.

Te zeggen, dat onze Heere en Heiland, stervende aan het kruis, in zijn schrikkelijke angsten en benauwdheden aan Psalm 22 gedacht, en toen dat „Eli, Eli, Lamma Sabachtani", uit den aanhef van dat lied heeft nagezegd, is in den grond een vernietigen \ an de Schrift en een verlagen van den persoon des Middelaars.

En, omgekeerd, het voor te stellen, alsof God door zijn alwetendheid vooruit geweten had, welke woorden Jezus aan het kruis zou uitroepen, en ze op grond van die wetenschap door David zou hebben laten opschrijven, is een overbrengen op God van wat slechts bij menschelijke uitwendigheid zou hooren en verlaagt het werk des Heiligen Geestes tot gekunstelde mechaniek. _

Neen, om de Schrift het goddelijk werk van den Heiligen Geest, Christus den eeuwigen en waarach'tigen Getuige, en God waarlijk God, te laten, moet al dat gewrongene en uitwendige er uitweg, en moet het al in zijn hoogere, goddelijke natuurlijkheid verstaan worden.

Christus kende vooruit zijn lijden. Niet doordien het hem meegedeeld was, maar uit de zaak zelve. De dood is niet iets wilkeurigs, maar door de wezenheid zelve van het leven is tevens de schrikkelijke ontzettendheid van den dood haarfijn bepaald. Bepaald ook, wat het lijden van dien dood is in zijn verschillende stadiën,

Sluiten