Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XLII.

„gon&e Uaor an£ gemaaftt."

Want dien, die geene zonde gekend heeft, heett Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in hem 2 Cor. 5 : 21.

De zonde is als olie op het papier, die altoos verder, altoos dieper doorzuigt. Ze is een kanker die niet kan rusten, maar moet voorteten. En dan eerst zal er ruste van dit voortwoekeren van de zonde in en aan u zijn, als er niets meer overblijft, waarin de zonde nog zou kunnen doordringen.

De zonde tast niet enkel den wortel van uw leven aan; ze drong met alleen door in uw natuur; ze vergiftigde niet maar uw persoonlijk zijn; maar van die middelpunten uit zet ze haar pad voort en voort langs alle richtingen van uw bestaan en uw leven; en niets niets is er aan u of in u, 't zij dan in uw hart of in' uw hoofd, m uw gevoel of uw wil, in uw conseientie of uwe verbeelding, in eenig talent of eenige gave, in eenigen smaak of zin of neiging, m lust of onlust, of de zonde vindt alles van haar "•adinf deelt er haar smet aan mede, bederft het en zet het in een instrument van Satan om.

Ja zelfs de vroomheid, het beste, het eêlste wat we dan nog hebben, zelfs onze vroomheid grijpt de zonde aan om ze in schanaelijke huichelarij om te zetten en te verderven in voortwoekerend ± arizeïsme.

En zoo fijn kunt ge niets in uw persoon, in uw kring, in uw levenssfeer, ja tot in het diepste en teederste van uw gemoed uit-

Sluiten