Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar juist om haar te vernietigen; niet om aan haar deel te hebben, maar om ze als een vreemde vreeslijke macht aan te grijpen : ja, het zou zonde in hem geworden zijn, indien hij zich niet alzoo geheellijk tot zonde had laten maken.

Geheellijk, dus ook met aanvaarding van de sclivld die op de zonde rustte, want juist de opheffing van die schuld en van den toorne Gods die op die schuld rustte, was zijn doel.

Die schuld kon niet weggenomen, tenzij hij eerst inging in de gemeenschap met de zonde, waaruit die schuld geboren was en nog dagelijks geboren werd.

De toorne G-ods moest gedragen, niet tegen eenige bepaalde zonde, maar tegen de zonde zelve; tegen het zondig wezen; of liever nog tegen het onheilig onwezen, dat in ons menschelijk geslacht was in- en doorgedrongen. In vollen zin des woords, de toorne <Tods die rookte bij de zonde van het gansche menschelijk geslacht. Want al ons geslacht sterft aan één schuld; de moederschuld voor de wortelzonde, eens door ons aller \ erbondshoofd in het Paradijs tegen God begaan.

Het gaat dus niet bij den tel, als om te zeggen: er zijn tien millioen uitverkorenen, en elk uitverkorene heeft tien millioen zonden. Alzoo vermenigvuldig die cijfers en dan komt ge vanzelf tot het cijfer van de zonden die Jezus op het hout gedragen heeft.

Xeen, zoo uitwendig zijn de geestelijke dingen niet. Ze gaan bij tel noch cijfer. Alle zonden vloeien uit een bron, aller schuld is uit één schuld gesproten. En nu die bron heeft Jezus aangetast, en die wortelschuld heeft hij weggenomen; dragende dus wel wezenlijk den toorne Gods die ontbrand was tegen de zonde van heel ons menschelijk geslacht.

Er moest, er kon dus niets overblijven in het wezen der zonde, waaraan Jezus zich onttrok, of hij zou niet één enkele van zijn uitverkorenen verlost hebben.

Immers, dit zegt uw eigen belijdenis u wel, gij zelf, juist als kind des Koninkrijks weet beter nog dan de onboetvaardige, hoe ge inet uw eigen persoon tot diep in het wezen der zonde wortelt; hoe er niets in de zonde is, waarvan ge zeggen kunt, „het was buiten mij"; en hoe ge niet maar voor uw begane, veel min voor uw bewuste zonden, maar veel meer voor de zonde in volstrekten zin in schuld bij uw God stondt.

En daarom is er geen troost, en kan er voor uw ziel geen vei-

Sluiten