Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

XL VIII.

„.Ltëoest öe £tjri«;tu«ï niet üese öingen lijben?"

*?«? Christus niet deze dingen lijden, n alzoo in zijne heerlijkheid ingaan ?

Luk. 24 : 26.

Onze Heiland gunt ons, nadat hij was opgestaan zelf een terugblik op het lijden, dat achter hem lag.

„Moest," zoo vroeg hij aan Cleopas en zijn metgezel moest de ingaan?» ^ **** ^ ^ in ^ne he^kLid

Een kort, een vluchtig, een snel uitgesproken woord maar \ 1,1 hij. die den breeden, diepen stroom van smart en dood doorwaadde, nogmaals al den weedom en al de bange wo^telinJ zijner ziel saamvatte, om het als in één blik voofde heu2 zijner jongeren op te roepen. neugenls

niet7 m 'S*' ï,06 T1"Tmelljk TGel la- in dat korte woord met m De beker boordevol en overloopende, door ziin ei-en

lieven A ader hem op de hand gezet. En dien beker had' hij m'r_

fot m' rt !lg VTr, te""' °P het laatst druppel voor druppel tot m het einde ook de heffe hem niet gespaard was. PP '

voor hém' die^van ^ alles"saainvattend woord ver terug

n ; ; " " den beglnne zijner menschwordino-" en dat „alle de dagen zijns levens", den toorn Gods tegen de zonde van ons menschelijk geslacht gedragen had.

Alle deze dingen, wat bange herinnering wette het niet in hem op aan wat hij geleden had reeds door de enkele aanraking met ons.m jammer en zonde verzonken menschelijk geslacht- geleden loor wat Satan en zijn demonen tegen het heilig Kind Gods en

Sluiten