Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V

XLIX.

„gesirê fiarg geluarben."

Van een zooveel beter verbond is Jezus borg geworden. Hebr. 7 : 22.

Het is er wel uitgepreekt, en ten slotte bespot zelfs en beschimpt, dat Jezus onze borg zou zijn; maar desniettemin blijft de gemeente er aan vasthouden, en hield de hooge poëzie er aan vast, toen Da Costa van zijn Go'èl zong, en houdt nog steeds elke verloste en toch weer verontruste ziel er aan vast, als ze het vertrouwen herwinnen mocht, ziende op haar Borg.

Een borg, die niet mogelijk betalen zal, maar die tot den laatsten penning voor ons betaald heeft, is voor een iegelijk die ooit geldelijke moeilijkheid heeft gekend, en er in zat en geen uitweg vond, de rijkste gedachte van redding uit angst en zielsbenauwdheid.

Daar weet niet van wie steeds vlot betalen kon en nog overhield, en nooit door angstgevoel voor schuld zijn eer heeft voelen vergaan. Maar dat verstaat wel de kleine man, die gedurig in de klem zit, die telkens zijn laatsten penning uitgaf zonder nog te weten van waar hem nieuwe penningen zouden toekomen. Als het krap aan is in het huishouden en in de zaken, en de uitgave klimt en wat inkomt zich niet uitzet. Dan is er geen ruste bij dag, en in het nachtelijk uur vervolgen u de angsten. En gaat het er dan overheen, zoodat er niet alleen niets is om uit te geven, maar van achteren schuld komt opduiken, en die schuld aangroeit, en geen keer in de zaken verlossing brengt, dan voelt een eerlijk man banden om de keel nijpen; dan wordt het hem ten leste als banden der helle die hem verschrikken. En komt er dan één, die grif en rijk betalen kan, en die hem zegt: „Staak uw angsten, ik

Sluiten