Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

L

„Öct üloeö lian 3Clïci."

En tot den Middelaar des Nieuwen Testaments, Jezus, en het bloed der bespreneriny; dat betere dingen spreekt dan Abel.

Hebr. 12 : 246.

Bloed, dat gezien wordt, en dus niet langer in het aderenweefsel verbolgen bleef, maar uitvloeide, doet uw oogzenuwen onrustig aan, en brengt over u een hui vering.

Een huivering, die, al naar het geval er toe ligt, zeer onderscheiden bewegingen in uw hart veroorzaakt. Een huivering die u doet vluchten als dat bloed u gevaar spelt voor uw eigen bloed. , n, huivering, die u tot sympathieke, reddende hulpe uitdrijft als het leven zelf nog met het bloed niet wegdreef. Of ook een huivering, die dorst naar wraak in u doet opkomen, als er moord plaats greep en er uit het vergoten bloed een stemme om wrake naar God schreit.

Bloed, als het uitgevloeid den bodem roodkleurt voor uw oo<* grijpt u zoo heftig aan. Het zien van bloed, dat van dood spek o met dood dreigt, rukt u op eenmaal uit uw gewonen gedachtenring, doet u vergeten wat om u is, en trekt op eens al uw zinnen saam op dat menschelijk leven, dat reeds wegstierf of sterven kon

Üizechiel, de machtige profeet in Israël, brengt die heftige Gewaarwording zelfs op God den Heere over, ook waar er van „vergoten bloed geen sprake was.

-r, "41.8.,Ik b'J u voorbijging", zoo spreekt de Heere Heere bij bzechiel m het zestiende kapittel, het zesde vers, „als Ik bij u voorbijging, zoo zag ik u liggen vertreden zijnde in uw bloed,' en

Sluiten