Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik heb de eer uw Congres de volgende hydrologische gegevens te doen toekomen, die bij het verrichten onzer geologische onderzoekingen tot dusverre verkregen zijn.

Onze gegevens omtrent de zeer dikke lagen van zand en klei, die in de Nederlanden, de Belgische Kempen en Noordwestelijk Duitschland de mesozoische formaties bedekken, zijn nog verre van volledig. De oudere diepboringen volgden eene werkmethode (snelslag-methode met kleispoeling), die allerminst zekere gegevens vermocht op te leveren voor de doorboorde grondlagen.

Bij de boring Baarlo werd voor het eerst eene nieuwe boormethode toegepast, door de ondergeteekende in samenwerking met de Nederlandsche Maatschappij tot het verrichten van mijnbouwkundige werken ontworpen.

Bij de tot nu toe overal gevolgde wijze van werken werden, als gezegd, de deklagen steeds met den beitel, onder gebruik van dikspoeling, doorboord. Deze methode was voor diepere boringen de eenige die werkelijk praktisch bruikbaar is, daar het boren met den puls op grootere diepte zeer tijdroovend en daardoor uitermate kostbaar wordt. Bij het gebruik van den spoelbeitel wordt de grond door de slagen van het werktuig gebroken en tot een pap gestampt, die vervolgens door den spoelstroom, die door de holle stangen naar beneden geperst wordt en onder aan den beitel uitspuit, wordt afgevoerd. Zoo stijgt van den bodem vau het boorgat een voortdurende waterstroom op, die alle gronddeeltjes medevoert en aan den mond van het gat overvloeit. Hier wordt het spoelwater op een zeef opgevangen, zoodat alle opgespoelde bijzonderheden, als schelpen, enz. kunnen worden ter zijde gehouden. Onder de zeef valt het spoelwater in een tobbe, waarin het ten deele bezinkt, en waaruit op gezette tijden een monster genomen wordt. Nu is

Sluiten