Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven zelfs de eventueele helling er van. Als gezegd, was deze kernboormethode tot dusverre echter alleen bruikbaar in steengrond, of althans zeer vaste lagen; in gewone klei, leemige zandgronden enz., waaruit het tertiair ten onzent in hoofdzaak bestaat, is de gewone kernboormethode niet bruikbaar, daar de uitgeboorde kern reeds tijdens het boren zelf uiteenvalt. Dit wordt voornamelijk daardoor bewerkt, dat de stroom spoelwater, (die ook bij deze methode noodig is, zoowel om het slijpsel af te voeren als 0111 de snel roteerende kroon te koelen) den slappen kern wegspoelt.

Na langdurige, in den aanvang nog vaak mislukkende proeven, is het ons intusschen gelukt een kernboor-apparaat te construeeren, waarmede dit euvel verholpen wordt en het dus mogelijk geworden is, zelfs uit zeer zandige, slappe gronden kerneu te verkrijgen van 4 tot 10 Eng. duim middellijn. Bij de diepboring te Baarlo werd het systeem voor het * eerst op volkomen bevredigende wijze toegepast en over 200 M. kern verkregen. De boring America werd bijna volledig gekernd, zoo ook eenige proefboringen in Drenthe.

Onmiddellijk bleek ook het groote praktische nut der methode, daar de boven gebrachte kernen een voor schachtbouw veel gunstiger samenstelling van de grondlagen deden kennen dan vroeger uit de spoelmousters had mogen verwacht worden. Ook wetenschappelijk waren de resultaten verrassend. In de boring Helenaveen waren van 100 M. tot 420 M. diepte groote hoeveelheden miocene schelpenresten verkregen, zoodat aangenomen moest worden, dat het mioceen van 100—A20 M. diepte reikte. Deze marine miocene gronden zijn echter bekend als in den regel zeer slap en gevaarlijk bij schachtbouw. Daar bij pl. m. 200 M. eenige brokjes van Turritella Oeiuitzi herkend werden, doch de zuivere miocene schelpen steeds verreweg de overhand behielden, werd aangenomen dat van 200—420 M. onderinioceen voorkwam. Het echte opper-oligoceen scheen overigens geheel te ontbreken, daar onder de vermeende mioceen-lagen harde klei en mergelbankeu volgden, die slechts midden-oligoceen of wellicht reeds eoceen zijn konden.

Ie Baailo bleek nu hoe bedriegelijk dergelijke gegevens bij spoelboringen zijn! Het mioceen reikte slechts van 100— 170 M.,

Sluiten