Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jong-tertiair, inhoofd- Meest witte zanden, niet een vrij constante zaak onder-mioceen; grindlaag, uit blauwe gerolde vuursteenen waarschijnlijk bij bestaande; enkele locaal voorkomendebruinSittard en langs de j koollagen en vette grauw-witte, witte of * 'ostgrens ook flu- | violette kleibanken. Dikte zeer wisselend, viatiel plioceen.

Opper- Oligoceen.

Midden- Oligoceen.

Onder- Oligoceen.

Eoceen en Palaeoceen.

Meestal fossiellooze, maar o. a. bij Elsloo fossielvoerende, meer of minder leemige, zeer fijne glauconietzanden, meestal lichtgroen gekleurd, aan de oppervlakte echter vaak, door verwering van het glauconiet, geel of geelbruin (bij Amstenrade + 20 M. dik).

b. Meer of minder zandige, ten deele vette, donker-grauw-groene klei, met septariën-lagen; aan de basis een grove zandlaag met platronde gerolde blauwe vuursteenen ( + 20 M.).

Daaronder:

a. Glauconietarme, iets leemige, witachtige

Adiiueii mei, scneipen en DrumJcoien-brokken (± 10 M.).

c. Donker-grauwe brakwater-klei met groote hoeveelheden schelpen (Tongrien supérieur der Belgen).

b. Grauwgroene leemige marine zanden met

onder-oligoceene zeeschelpen.

a. Grindlaag, uit gerolde phosphorietknollen.

In het Zuiden en zeker nog bij Amstenrade afwezig; eerste aanduidingen in de boorprofielen bij Sittard („roode klei").

Hieronder of waterhoudend krijt, öf onmiddellijk steenkolenformatie.

In Oost-Nederland liggen eveneens tal van plaatsen, waar het Tertiair aan de oppervlakte komt. De meesten daarvan worden reeds vermeld door W. C. H. Staking in den „Bodem van Nederland" (1860). Hij onderscheidt reeds mioceen met zekerheid en geeft eene vrij uitvoerige lijst van fossilien uit de leem-groeven bij Eibergen en Winterswijk; ook oppert Staring reeds het vermoeden (blz. 222) dat de fossielvrije leem met groote septariën, die in vele groeven gegraven wordt, zoude overeenkomen met de Middeloligoceene Rupelleem („Septarienthon"). Ten slotte behandelt hij afzonderlijk de afwijkende leem van Ootmarsum en andere plaatsen in Twenthe, die hij vooralsnog

Sluiten