Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerst van plioceen te spreken, zoodra men in de typische oudere zeevorming geraakt, wel te onderscheiden van de jongere, diluviale en alluviale zee-beddingen — schelpenzanden — die men onmiddellijk onder de duinen, in de Geldersche vallei, enz., aantreft en waaronder steeds nog weder diluviaal zand, grint en keien volgen.

In het nabijgelegen noordwesten van Duitschland heeft men, zooals Dr. W. Wolff duidelijk aantoonde, tegen het einde van tertiair eene zoo sterke opheffing gehad, dat de oude zeeafzettingen 200 a 300 M. boven zeepeil kwamen te liggen en daar een hooggelegen plateau vormden, waarin de rivieren 200 a 300 M. diepe, thans met diluviaal grind en zand gevulde dalen erodeerden vóór zij de zee bereikten. Het is volstrekt niet uitgesloten, dat dergelijke werkingen ook in het noordwesten van ons land hebben plaats gevonden; de sporen daarvan liggen echter onder de ontzaglijk dikke afzettingen van het diluvium bedolven. Het ware niettemin niet zonder belang zulks nader te onderzoeken, omdat het volstrekt niet uitgesloten is, dat door dergelijke bedolven rivierdalen nu nog sterke zoete grondwaterstroomingen naar het Noordwesten vloeien en daar plaatselijk de infiltratie van zout zeewater terugdringen, zoodat zulke diepe grindgeulen nog een bron van zoetwater konden zijn in gebieden, waar overigens de ondergrond geheel verzout is, (Groningen en Friesland).

Tijdens het diluvium kreeg de dalende beweging weder de overhand en keerde de zee in het bed der tegenwoordige Noordzee terug, ja stond zelfs, gelijk ons de Geschiedenis reeds leert, nu eens dieper in het land, dan weder verder terug dan nu. Deze verdere daling in historische tijden is zeer volledig en duidelijk beschreven door Dr. J. Lorié in het Bulletin der Socióté géologique de Belgique van 1899.

Eene zeer overzichtelijk de tegenwoordige toestand samenvattende studie publiceerde verder Prof. G. A. F. Molengraaff: „De daling van den bodem van Nederland", in het Bijvoegsel aan het Yerslag der gewone vergadering der Wis- en Natuurkundige Afdeeling van de Kon. Academie van Wetenschappen

Sluiten