Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volgens F. W. Harmer ') en Dr. J. Lomé 2) is de ligging van het Plioceen in het centrum en noordwesten van Nederland de volgende (diepte in meters onder AP.):

ONDERAFDEELINGEN VAN HET PLIOCEEN.

Waltonian ,, ,

Amstélien. (Poederlien- Gedgravian

Scaldisien). (Liestien).

Grave nog niet aanwezig 3.50—5.50 5.50—14.50

Goes 3) » „ „ 34.00—54.50 54.50—93.00

Gorkum 117.5—178.5 niet bereikt niet bereikt

Utrecht 152 —240 240—268 268—365 .

Amsterdam 200 —335 niet bereikt niet bereikt

De jongere overgangslagen tusschen het diluvium en het of marine of terrestre Tertiair zijn uitvoeriger behandeld in de eerste Mededeeling van de Rijksopsporing van Delfstoffen 4), waar bovendien de volledige literatuur over dit onderwerp wordt opgegeven. De daarin besproken onderzoekingen van Dr. Tesch zullen geregeld worden voortgezet, naarmate verdere boringen nieuw materiaal opleveren.

Ik schreef zooeven reeds dat de daling van den bodem in het bekken niet gelijkmatig plaats had. Evenals in den ouden

1) F. W. Harmer, On the Pliocene deposits of Holland and their relation to the onglish and belgian Crags. — Quart. journ. geol. Soe. 1896.

) Dr. J. Lorié : Contnbutions a la geologie des Pays-Bas. Archives du Musée Teyler. Haarlem, 1885.

Dr. .1. Lorié: Contributions a la geologie des Pays-Bas. Buil. Soc. beke de géologie. 1889.

') Volgens eene mondelinge mededeeling van Dr. Lorié ligt bij Goes marien alluvium op liet tertiair :'van diluviale zanden is geen spoor te bekennen.

4) Mitteilungen der Staatliehen Bohrverwaltung in den Niederlanden No. 1, 1908. Dr. P. Tesch : der Niederlandisehe Boden und die Ablagerungen des Bhemes und der Maas aus der jiingeren Tertiür- und der alteren Diluvialzeit.

Sluiten