Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1°. de ondergrond wordt door een systeem van in hoofdzaak ZO.—NW. gerichte breuklijnen in evenwijdige, breedere of smallere strooken verdeeld;

2°. een gedeelte dezer strooken is langs de breuken verzakt, terwijl de tusschengelegene in het oorspronkelijk niveau zijn blijven staan of zelfs wellicht -— bij de zeker plaats gehad hebbende oscillaties — zijn opgeperst. Hierdoor is een stelsel van Zuidoost—Noordwest gerichte horsten en slenken ontstaan, die met tusschentrappen in elkander overgaan.

3°. Deze bodembewegingen hebben zich vanaf post-carbonischen tijd tot in de tegenwoordige periode voortgezet. Alle zich op den palaeozoischen ondergrond vormende jongere lagen hebben dus den invloed dezer verticale verplaatsingen ondervonden, waarvan het bedrag veelal afneemt met den ouderdom.

Voor den noordrand van het plateau van Z.-Limburg bleek reeds dat de zuidelijke horst niet onmiddellijk naar de groote diepte afbreekt, maar in eene serie van trappen. Deze breuken zijn niet van gelijken ouderdom. De eerste trapbreuken hebben sterk gewerkt in den tijd liggende tusschen Trias en Senoon, daar onder het regelmatig alles overdekkende krijt plotseling langs den carboonhorst een dikke trias-schol wordt gevonden. Het krijt zelf ecliter werd hoogstwaarschijnlijk beinvloed door eene voorbijgaande opheffing. Eene geringe dalende beweging heeft plaats gehad kort na het begin van het Senoon, daar de onderkant van het krijt weder verzet is, doch de abrasieoppervlakte van het krijt (ouder dan het onder-Eoceen) is er niet meer door beinvloed.

Langs deze breuken van het eerste type heeft dus hoegenaamd geen beweging meer plaats gehad sedert het onder-Eoceen, terwijl de hoofdverzinking prae-Cretaceisch is. Blijkbaar behooren deze breuken tot het type, dat o. a. Prof. H. Stille ') beschreef voor het bekken van Miinster.

1) Uber prae-Cretaceische Schichtenverschiebungen im alteren mesozoicum des Egge-Gebirges. Jhrb. p. Kgl. Preuss. geol. Landesanstalt 1902, No. 2, p. 296; Zur Kenntnis der dislocationen, Schichtenabtragungen und transgressionen im jiingsten Jura und der Kreide "Westfalens, Jhrb. p. Kgl., geol, Landesanstalt 1905, No. 1, p. 103.

Sluiten